ALEXANDRIA ’66
de eerste sportvereniging
Als per 1 januari 1975 de deelgemeente Prins Alexander wordt ingesteld, zijn binnen haar grondgebied al meerdere sportverenigingen actief. In dit artikel besteedt Wim Heistek, bestuurslid van het eerste uur van sportvereniging Alexandria ’66, aandacht aan de eerst opgerichte vereniging in de nieuwbouwwijk.
In 1964 komen de eerste woningen gereed in Het Lage Land. Vaak zijn het gezinnen met jonge kinderen die hier hun intrek nemen. Het duurt niet lang of er worden initiatieven ontwikkeld tot bepaalde vormen van recreatie. Zo onstaat bijvoorbeeld op de hoek van de Berlagestraat en de Duikerstraat een speeltuinvereniging. Naast de gebruikelijke speeltoestellen is er een trapveldje met weliswaar minimale afmetingen, maar de jeugd kan zich er van vroeg in de morgen tot laat in de avond uitleven. Aan publieke belangstelling geen gebrek, vele ouders volgen de verrichtingen van hun kinderen en komen met het idee een echte voetbalvereniging op te richten.
Zo verschijnt in de wijkbladen van september 1966 een oproep om zich als lid aan te melden. De respons is redelijk, dus volgen er verdere besprekingen en wordt het belangrijke besluit genomen dat de nieuw op te richten vereniging meer moet bieden dan alleen voetbal. Het moet een zogenaamde omnivereniging worden.
Op 26 oktober 1966 wordt de oprichtingsvergadering gehouden. De nieuwe club krijgt de naam Alexandria ’66, een duidelijke verwijzing naar het gebied waar men woont en recreëert maar ook een hint dat het een vereniging is voor de gehele deelgemeente.
Naast voetbal biedt men gelegenheid tot het beoefenen van badminton, tennis en volleybal. Niet veel later komen daar basketbal, gymnastiek en tafeltennis bij. Er wordt nog onderzoeken gedaan naar mogelijke andere takken van sport, maar daarvoor is te weinig belangstelling.
In dit artikel beperk ik me tot de voetbalsport.
Clubblad
Direct wordt besloten een clubblad uit te geven. Als redacteur van het eerste uur kan ik nu een glimlach niet onderdrukken: typen op stencils, handmatig tekeningen invoeren, uitlijnen door alle letters te tellen, adressen met de hand schrijven en het blad zoveel mogelijk persoonlijk bij de leden bezorgen, want: “In verband met het gezonde financiële beleid dat de penningmeester wenst te voeren is het voorlopig niet mogelijk het blad per post aan de leden te doen toekomen”.
Al op 17 december 1966 wordt het honderdste lid in geschreven, de maandelijkse contributie voor senioren bedraagt drie gulden. Op 1 februari 1967 komt het ledental al boven de tweehonderd.
De eerste wedstrijden
Voor de jonge vereniging is 28 januari 1967 een historische dag. Voor het eerst neemt een team onder de naam Alexan-dria ’66 deel aan een wedstrijd. Voetbalvereniging Capelle ontvangt gastvrij enkele jeugdteams. Op 5 maart mogen ook de senioren hun debuut maken. Ze spelen op het uit koolas bestaande trainingsveld van Unicum in Schiebroek. Dat koolas is niet ongewoon in die tijd. Bij gebrek aan trainingsaccommodatie wordt op zondagmorgen geoefend op het aloude Schuttersveld in Crooswijk met dezelfde ondergrond.
Eerste wedstrijd senioren op koolasveld Unicum
Noodkreet
Het is mei 1967 als toenmalig voorzitter M. Henkes zich via een open brief in de wijkbladen richt tot burgemeester Wim Thomassen van Rotterdam met de noodkreet dat de inmiddels 320 actieve leden nog niet één grassprietje in de polder hebben voor het beoefenen van hun sport. Het bestuur deinst er niet voor terug de Rotterdamse kranten in te schakelen en er verschijnen vette koppen als: “Alexandria ’66 is ongelukkig met sportbeleid in de wijk.”
Allerlei voorstellen van de jonge vereniging worden door de gemeente van de hand gewezen. Men vraagt zich niet af in welke wijk een vereniging thuishoort, maar vindt de datum van oprichting van meer belang. De grondgedachte van de gemeente bij de toewijzing van sportaccommodaties is dat men clubs uit andere delen van de stad naar de polder wil halen om daar gebruik te kunnen maken van nieuwe mogelijkheden. Zelfs het verzoek van Alexandria ’66 de schoolsportvelden voor de jeugd te mogen gebruiken wordt gedecideerd van de hand gewezen.
Extra lantaarnpaal
Desondanks gaat de aanwas van nieuwe leden, zowel spelers, kader, als ook vrijwilligers, in een tempo voort dat niemand ooit voor mogelijk had gehouden. Zelfs het feit dat men voorlopig niet in de eigen wijk kan spelen, doet hieraan niets af. De wedstrijden worden afgewerkt op het grote gemeentelijk sportcomplex van Laag Zestienhoven, zodat thuiswedstrijden ook uitwedstrijden zijn.
Voor de doordeweekse trainingen komen er oplossingen dichter bij huis, bijvoorbeeld op een kleine strook groen bij de Prinsesseflats waar de gemeente een extra lantaarnpaal plaatst. De spelers dienen zich wel thuis te verkleden.
Trainingen zonder bal kunnen worden gehouden op het zandtalud van de Prins Alexanderlaan in voorbereiding. Aan de ene kant breidt Het Lage Land zich uit, aan de andere kant bevinden zich weilanden tot zover het oog reikte. Nog weer later is er een veldje van wat grotere afmetingen en zelfs een bouwkeet als kleedlokaal op het terrein waar nu de Helga-appartementen staan aan de Hendrick Staetsweg. Voor de zaalsporten komt er een meevaller als men gebruik mag maken van de nieuwgebouwde gymnastiekzalen bij de scholen.
Faas Wilkes
Bij het eenjarig bestaan van Alexandria ’66 drukt de uitgever van het wijkblad Prins Alexanderstad een speciale krant die huis aan huis wordt verspreid en de vereniging veel goodwill oplevert.
Het spelen zo ver van de eigen wijk duurt twee seizoenen. Langzamerhand krijgt men meer steun van de gemeente die ook inziet welke functie de club binnen de wijk heeft. Bij aanvang van het seizoen 1969 -1970 kunnen twee schoolsportvelden aan de Folkert Elsin-gastraat worden betrokken en is Alexandria ’66 eindelijk thuis in de eigen wijk.
De opening van de velden wordt een bijzonder druk bezocht festijn. Niemand minder dan Nederlands stervoetballer uit vroeger tijden, Faas Wilkes, verricht de openingshandeling. Hij treedt zelfs nog een helft aan in de openingswedstrijd.
Faas Wilkes in actie tijdens de openingswedstrijd van de velden aan de Folkert Elsingastraat, juli 1969
Duizend leden
De sportvelden in de eigen wijk hebben een enorme impact. Weekblad de Havenloods meldt in een artikel in juni 1969 dat er zo’n duizend leden staan ingeschreven. De afdeling gymnastiek is de grootste met 328 beoefenaars, direct gevolgd door de voetbal met 311 leden.
De standaardelftallen op zaterdag en zondag zijn uiteraard in de laagste klassen begonnen, maar vooral op zondag worden de wedstrijden door vele honderden toeschouwers bezocht, een unicum in de kelder (de allerlaagste klasse, WH) van het voetbal! Uit een telling op een willekeurige zondag blijkt dat aan de Folkert Elsingastraat meer publiek aanwezig is dan op het nabijgelegen Woudestein waar Excelsior in het betaalde voetbal speelt.
Leningradweg
De bebouwing in de deelgemeente gaat met rasse schreden door, niet alleen in Het Lage Land maar ook in de andere wijken. Er verrijzen meer en grotere sportcomplexen en in 1972 kan Alexandria ’66 zijn twee velden inruilen voor twee velden aan de Boszoom. Nu met de mogelijkheid een eigen clubhuis te bouwen. Men kan ook gebruik maken van de velden van andere verenigingen die daar gevestigd zijn en die op zaterdag nauwelijks of geen jeugdteams hebben. Tevens staan de velden bij de school aan de Rodaristraat aan de andere kant van de wijk ter beschikking van de vereniging.
Tot 1984 blijft Alexandria ’66 aan de Boszoom. Dan krijgt het de beschikking over het fraaie complex aan de Leningradweg in de wijk Oosterflank waar men nu nog steeds speelt.
Wim Heistek
terug