Een zondagsschool in de polder

In de negentiende eeuw is Nederland in de greep van de schoolstrijd. Het onderwijs is vanaf 1806 een taak van de overheid. Openbare scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen, ongeacht hun religieuze achtergrond. Bijzondere scholen op confessionele grondslag worden niet door de overheid gesubsidieerd, waardoor hun bestaan afhan-kelijk is van particulier initiatief. Naast deze financiële ongelijkheid is er voor religieus Nederland nog een ander pijnpunt. Omdat het openbaar onderwijs de meest voorkomende onderwijsvorm is, groeien veel Nederlandse kinderen op zonder ooit in aanraking te komen met de bijbel.

Zondagsscholen

Als reactie worden overal in Nederland zondagsscholen opgericht. Ook in Rotterdam, waar in 1866 de Gereformeerde Zondagsschool Vereniging “Bidt den Heere des Oogstes” wordt opgericht. Kinderen die thuis of op school geen bijbelonderwijs kregen, konden op zondagen toch iets bijgebracht worden van het woord van God. Vaak ging het om kinde-ren uit arbeidersgezinnen, die op eenvoudige locaties – soms niet meer dan een zolder of kelder – werden gesticht door een korps van onderwijzers, onderwijzeressen en vrijwilligers.

Verspreid door heel Rotterdam bezat de vereniging rond 1900 op verschillende locaties negen scholen met 1300 kinderen. In de Prins Alexanderpolder had de vereniging sinds 1887 een zondagsschoollokaal. Dat was bijzonder, want de weg vanuit de stad naar de polder was bij regenachtig weer bijna onbegaanbaar en de reis kostte veel tijd.

Geestelijke nood

De geestelijke nood van de bevolking was volgens de vereniging echter hoog: "Onder de Gemeente Hilligersberg, aan den Nieuw-Terbregschen en Spiegelnisserweg, in stille, landelijke omgeving, woonde eene groote bevolking, welke voor het overgroote deel niet ter kerk ging en vooral den dag des Heeren onheiligde. Deze buurt was zoo goed als verstoken van ook maar eenige geestelijke bearbeiding.”
De Nieuw-Terbregschen en Spiegelnisserweg lag in het verlengde van de Hoofdweg en liep naar wat nu de wijk Nieuw Terbregge is, ter hoogte van de huidige Bosdreef, dus ten noorden van de Kralingse Plas, en ten zuiden van de huidige A20 en spoorbaan.

Initiatiefnemer van de eerste school was de heer Van As, die van start ging met vijftien tot twintig kinderen. Aanvankelijk vonden de bijeenkomsten plaats in een gehuurd leegstaand huis. Later bood het huis van mejuffrouw de Wed. Hoppezak onderdak.

Uiteindelijk kon in 1906, dankzij inzamelingsacties en een bazaar die ruim zevenhonderd gulden opbracht, een eigen ruimte worden gebouwd. In 1916 werd dit pand onteigend door de gemeente Rotterdam, vanwege de plannen voor de aanleg van het Kralingse Bos. De vereniging huurde vervolgens weer een “primitief en duur huisje”, “waar ze toch haar arbeid kan voortzetten totdat straks ook hieraan een einde zal worden gemaakt.”


Foto: De zondagsschool in de Prins Alexanderpolder

Van de verdere geschiedenis van de zondagsschool in de Prins Alexanderpolder is helaas niets bekend. De grondwetswijziging van 1917 legde de financiële gelijkstelling tussen het openbaar en bijzonder onderwijs vast. Daarmee kwam weliswaar een einde aan de schoolstrijd, maar niet aan het fenomeen zondagsschool.

Onno de Wit

Bron: Gedenkboek uitgegeven ter herinnering aan het 50-jarig bestaan van de Gereform. Zondagsschool-Vereeniging “Bidt den Heere des Oogstes” te Rotterdam, 1866-1916.
Met dank aan R. Schermer, Rotterdam.

terug

 

 

Contact

Historische Vereniging Prins Alexander info@hvpa.nl